Cathy en Jacqueline
De Generaal van den Boschschool in Willemsoord was op zoek naar een nieuwe rekenmethode. Het moest een rekenmethode zijn waarmee de resultaten aanzienlijk zouden verbeteren. De school startte twee jaar geleden als proefschool van Wizwijs. Aanvankelijk in groep 3, 4 en 5, maar vorig jaar gingen ook de kleutergroepen ermee aan de slag. We vroegen Cathy van den Eventuin, leerkracht groep 3 en vorig jaar in groep 2-3, en Jacqueline van der Ley, leerkracht groep 1-2, naar hun ervaringen.
Wat valt je op aan Wizwijs?
Cathy: “Ik merk al na een jaar Wizwijs een groot verschil bij de kinderen. Hun rekenbegrip is groter. Wizwijs biedt veel herhaling in en er is veel aandacht voor contexttaal. De kinderen werken al met begrippen als een blok, een toren en een huis. Ze gaan ook echt construeren: een aantal blokken bij elkaar vormen een huis of een toren. Ook het doortellen pakken kinderen beter op. Je ziet ze dan niet meer apart tellen. Dat zijn essentiële rekenvaardigheden. Het ‘kwartje’ valt bij de kinderen, dat zie ik gewoon. Ik merk dat in groep 1-2 echt al een goede basis wordt gelegd. Ik moest voorheen in groep 3 nog veel uitleggen, maar heel veel begrippen en vaardigheden beheersen ze al op het moment dat ze in groep 3 binnenkomen.”
Welke begrippen en vaardigheden krijgen leerlingen bijgebracht?
Cathy: “Wat in groep 1-2 belangrijk is en wat Wizwijs ook goed doet, is kleuters al bekendmaken met rekenbegrippen - de contexttaal die bij rekenen hoort. Zoals begrippen als meeste en minste, hoogste en laagste. Bij de kleuters maken we het rekenen al inzichtelijk. Je moet getallen herkennen, maar je leert met Wizwijs ook waarom en hoe je dingen doet. Neem bijvoorbeeld het klokkijken. Je bent in de kleutergroepen nog niet specifiek met klokkijken bezig. Maar tijdbegrip zit er al wel in. En in groep 2 komen de hele en halve uren al aan bod. Eind groep 3 moeten de kinderen eigenlijk gewoon al kunnen klokkijken, en het is gebleken: dat kunnen ze ook! De kinderen die er aan toe zijn, pikken het op. En de anderen zijn er in ieder geval al een keer mee bezig geweest. Ook zaken als ruimtelijk inzicht en oppervlakte worden structureel aangeboden.”
Is een rekenmethode in groep 1-2 eigenlijk wel nodig?
Jacqueline: “Wizwijs biedt een structurele aanpak van het rekenen in kleutergroepen. Ik ben er drie keer per week met de hele groep mee bezig. Ik noem het nog geen rekenen, maar dat is het wel. De methode biedt niet alleen houvast, maar geeft ook voldoende vrijheid voor je eigen creativiteit. En ik kom hierdoor zelf ook weer op ideeën. Op deze structurele wijze met rekenen bezig zijn met de kleuters, brengt je verder en daarmee breng je ook de kinderen verder.”
Doelen stellen
Cathy: “Kinderen komen naar school om iets te leren. Je verrijkt ze met stof die ze anders niet zonder meer oppikken. Ik vind het prima om doelen te stellen, óók al in de kleutergroepen. Je moet het kinderen aanbieden, omdat je weet dat sommige kinderen het thuis niet krijgen aangeboden. Bijvoorbeeld begrippen als ‘meer en minder’ of het klokkijken. Juist op die jonge leeftijd van kleuters staan ze open voor heel veel zaken. Naarmate ze ouder worden, wordt het steeds moeilijker om ze vanuit die openheid dingen te leren.”
Ze moeten ook nog kunnen spelen
Jacqueline: “Ik blijf bij de kleuters wel de balans zoeken tussen methodisch bezig zijn met rekenen en wat je in het spel nog laat gebeuren. Als we een herfstwinkel maken in de klas, dan richten we die in met spullen die de kinderen kunnen kopen. Daar moeten ze betalen en dan ben je op die manier ook met getallen en begrippen bezig. Ze vinden het leuk om met blokken een huis of een toren te bouwen. Hoeveel blokken heb je dan nodig? Ik kijk wel heel bewust wanneer het genoeg is geweest. Ze moeten ook nog kunnen spelen. Dan ga je met een kind de huishoek in. Daar ga je nog even met ze in gesprek en daar hangt dan toevallig ook weer die klok.”
Rekenen is (weer) leuk?
Cathy: “Kinderen ervaren het rekenen inderdaad helemaal niet als vervelend. Ze vinden het juist leuk om dingen te doen. Je laat de kinderen het onderwerp beleven. Zoals met de doe-activiteit en de bussommen, waarbij er een chauffeur mensen in en uit de bus laat stappen. Dat vinden ze leuk.”
“En ze vinden het in groep 3 ook wel stoer om echt te gaan rekenen, ze voelen zich heel groot. Ze zijn enthousiast, ook al is het soms best pittig wat er van hen wordt gevraagd. Bijvoorbeeld het splitsen met een getal als 24. Sommige kinderen hebben geen idee hoe dat cijfer is opgebouwd en dan kun je het ook niet gaan splitsen. Hoe doe je het dan doormidden? We gebruiken de tienzakken en losse ballen om dit inzichtelijk te maken. Je visualiseert de handeling door op de grond met krijt een cirkel te tekenen met een streep in het midden. Hoeveel kinderen moeten er links en hoeveel kinderen rechts van de streep staan? Dat is dan wel een stevige opgave, maar je ziet tóch dat de kinderen het begrijpen.”
Wat vind je van de materialen van Wizwijs?
Cathy: “Het materiaal is kleurrijk en gevarieerd en staat dichtbij de belevingswereld van de kinderen. Het materiaal maakt het rekenen voor de kinderen ook heel inzichtelijk. De werkboeken gaan mee naar huis. Dat is heel handig, want zo maak je ook voor de ouders inzichtelijk wat hun kinderen leren met rekenen. En vooral ook hóe ze het leren.”
“Vanaf groep 3 werken we ook met de Leerkrachtassistent. Dat is heel prettig. Door het gebruik van het digibord zijn ze veel meer betrokken bij de les. Je kunt ook heel makkelijk uitleggen wat in het werkboek staat. Zo blijven de leerlingen gericht meedoen. En met de Toetssite heb je een goed overzicht van de ontwikkelingen van hun rekenvaardigheden.”
En zijn de rekenresultaten nu ook beter?
Cathy: ”Zoals ik al aangaf, is hun rekenbegrip veel groter dan hiervoor. En ze zijn meer betrokken bij het rekenen. Met name de overstap naar het voortgezet onderwijs laat een behoorlijke gat zien. Dat hopen we nu met Wizwijs te verbeteren. Waarbij we wel in het oog houden dat Wizwijs gericht is op inzicht. Daarnaast blijft het automatiseren heel belangrijk. Vanaf de kleuters besteden we hier dan ook bewust tien minuten per dag aandacht aan.”
