Met onderstaande spelvarianten oefenen de leerlingen het resultatief tellen tot en met 6.
- De leerlingen spelen het spel zoals op de doos staat aangegeven, maar ze mogen geen fiches slaan. Ze spelen het spel dus eigenlijk individueel op één spelbord: 2 fiches op 1 plaats mag.
- Een leerling mag pas een nieuw fiche in het spel brengen als hij 6 gooit.
- Een leerling mag de fiches van de ander niet slaan en hij mag er ook niet overheen springen. Een leerling kan dus fiches van de ander blokkeren.
Deze variant is geschikt om het verdubbelen te automatiseren:
- de leerling gooit met 1 dobbelsteen. Gooit hij 1,2,3 of 4 dan mag hij dat aantal verdubbelen. Bij 5 en 6 gaat hij gewoon dat aantal ogen verder.
Deze variant is geschikt om minder/meer te automatiseren:
- de leerling gooit met een extra dobbelsteen. Hij mag het aantal ogen van de laagste (of: hoogste) dobbelsteen verder.
Met de volgende variant kunt u het aftrekken automatiseren:
- de leerling gooit met een extra dobbelsteen. Hij trekt het aantal ogen van de 2 dobbelstenen van elkaar af. Dat aantal plaatsen mag hij vooruit.