Hoe is de instructie in Wizwijs opgebouwd?

De instructie start altijd met handelen en gaat stap voor stap naar een abstracter niveau.

Handelen

  • Wizwijs introduceert een nieuw onderwerp altijd aan de hand van een doeactiviteit waarin de leerlingen het onderwerp verkennen en informeel kunnen handelen (doen). Hun informele voorkennis wordt geactiveerd.
  • Doeactiviteiten in Wizwijs bestaan meestal uit activiteiten in de klas waarbij alle of enkele leerlingen actief betrokken zijn. Ze gebruiken daarbij materialen die in het lokaal aanwezig zijn.
  • De doeactiviteiten zijn zo ontwikkeld dat u ze gezien de tijd en organisatie óók in een combinatiegroep kunt uitvoeren.

Begeleide inoefening

  • Na de doeactiviteit start de instructie met behulp van het werkboek. Opdracht 1 sluit aan bij de doeactiviteit.
  • Bij dit onderdeel maken de leerlingen de overstap naar het werken op papier. Ze krijgen het onderwerp aangeboden in de vorm van een foto of een tekening.
  • Iedere niveauverhoging wordt begeleid aangeboden: concreet handelen - realistische context - wiskundige modellen – formeel handelen met symbolen.

Steeds abstracter

  • In de hogere jaargroepen is de instructie minder handelend en meer gebaseerd op formele rekenen-wiskunde.
  • Onderstaand schema laat deze verschuiving van informeel naar formeel handelen zien.

Deel met anderen

Ontvang ter inzagepakket 

Handelingsmodel

De leerlijnen en rekenmodellen die in Wizwijs aan bod komen, krijgen uw leerlingen stapsgewijs aangeboden: van realistisch naar abstract. De onderwerpen en opdrachten zijn uitgewerkt op vier handelingsniveaus. Dit zogenoemde handelingsmodel is de basis van de ontwikkeling van wiskundig inzicht, denken en redeneren.

Lees verder